Naar de inhoud
Begrip

Kruipruimte: wat is het en wat bekijk je bij de inspectie?

Een kruipruimte is de lage ruimte tussen de grond en de begane-grondvloer van een woning. Je komt er meestal via een luik in de vloer, en je kunt er alleen kruipend in.

Wat bekijk je in een kruipruimte?

In de kruipruimte zie je de onderkant van de vloer. Je kijkt naar de vloer, de isolatie, het vocht en de ventilatie.

Bij een houten vloer let je vooral op houtrot in de balken en de balkkoppen. Bij een betonvloer kijk je naar het soort vloer en de staat ervan.

Kijk ook naar water op de bodem, puin en zwam.

  • Soort vloer: hout, beton of een renovatievloer
  • Vloerbalken, onderslagbalk en oplegging
  • Isolatie onder de vloer
  • Vocht, water op de bodem en ventilatie
  • Zwam en puin

Wat als je de kruipruimte niet goed kunt inspecteren?

Niet elke kruipruimte is goed te bekijken. Leg dan vast hoe ver je kon kijken en waarom niet verder.

Zonder toegang kun je niets zeggen over de onderkant van de vloer, de leidingen en het vocht onder de vloer. Dat hoort duidelijk in het rapport.

Een keuring volgens NTA 8060 is een basiskeuring. Een apart kruipruimteonderzoek valt er niet vanzelf onder, schrijft NEN.

  • Er is geen luik, of het luik gaat niet open
  • Het luik of de kruipruimte is te klein of te laag
  • Er staat water onder de vloer
  • Leidingen, puin of spullen zitten in de weg
  • Er is asbestverdacht materiaal, schimmel of ongezonde lucht

Wat vraagt het NHG-model bij A.1 Kruipruimte?

In het NHG-model heeft de kruipruimte een eigen code: A.1 Kruipruimte. Het programma van eisen gaat vooral over ventilatie.

Bij een gevel tot en met 5 meter breed vraagt het model minstens twee muisdichte ventilatieopeningen. Bij een bredere gevel zijn dat er minstens drie.

De lucht moet ook goed kunnen stromen. Let daarom op puin dat de luchtstroom blokkeert.

Het Bbl stelt zelf geen eisen aan de ventilatie van een kruipruimte bij nieuwbouw. Dat schrijft het Informatiepunt Leefomgeving.

Hoe leg je de kruipruimte vast in Keursnel?

Keursnel heeft er drie hoofdstukken voor: 16 Kruipruimte en begane-grondvloer, 17 Opmerkingen bij de kruipruimte en 18 Vloerluik.

Het woningprofiel bepaalt welke hoofdstukken en rijen bij de woning horen. Of er een kruipruimte is, is een van de kenmerken van de woning.

Onder elk antwoord zie je onder welke NHG-code de kosten tellen. Bij een appartement telt voor A.1 alleen het deel van de woning, volgens de kostenverdeling (k.v.).

Veelgestelde vragen

Wat noteer je als er geen kruipluik is?

Leg vast dat de kruipruimte niet te inspecteren was, en waarom. Je klant leest dan in het rapport wat niet is beoordeeld. Keursnel heeft daarvoor het rapportdeel Niet beoordeeld.

Valt zwam in de kruipruimte onder A.1 of A.5?

In het NHG-model staat de kruipruimte onder A.1 en zwam onder A.5 Ongedierte/zwam. In Keursnel zie je onder het antwoord onder welke code de kosten tellen. Past een andere code beter, dan wijzig je hem met een reden.

Keuren zonder gedoe achteraf

Leg de keuring vast op locatie. Keursnel rekent de kosten uit en maakt het rapport met NHG-bijlage.